Te veel, te weinig of niet passend werk?

Een passende titel, opleiding of loopbaanstap zegt nog niet hoe het dagelijkse werk uitpakt. Kijk afzonderlijk naar hoeveelheid, complexiteit, herhaling, versnippering, rolhelderheid en herstelruimte.

01 / Uit elkaar halen

Waar zit de wrijving precies?

Hoeveelheid

Er is meer werk dan binnen tijd, middelen en verantwoordelijkheid zorgvuldig kan worden gedaan.

Complexiteit

Het werk vraagt te weinig samenhang of leerruimte, of juist meer ambiguïteit dan in de beschikbare tijd verwerkt kan worden.

Herhaling

Een taak is bekend geworden, terwijl verdieping, variatie of een volgende leervraag uitblijft.

Fragmentatie

Contextwissels en onderbrekingen maken het lastig om aandacht, kwaliteit en overzicht vast te houden.

Rolhelderheid

Verantwoordelijkheid, beslisruimte, verwachtingen en escalatie zijn niet duidelijk van elkaar onderscheiden.

Herstelruimte

Ordenen, kwaliteitsbewaking of open eindes gaan door nadat het zichtbare werk klaar is.

02 / Voorbij functietitel

Werkfit zit in de dagelijkse werkelijkheid.

Een functie kan qua niveau of onderwerp passend lijken en toch schuren in taken, beslisruimte, samenwerking of belasting. Andersom kan een bescheiden titel werk bevatten dat inhoudelijk rijk en goed begrensd is.

Welke taken en omstandigheden maakten dat ik hier wel of niet tot mijn recht kwam?

Een niet-lineaire loopbaan, overstap of veranderende interesse is op zichzelf geen probleem en ook geen oplossing. Onderzoek eerst wat in het concrete werk hielp of belemmerde.

03 / Autonomie met grenzen

Ruimte werkt pas als ook de opdracht helder is.

Methode

Waar kun je zelf kiezen hoe je het werk uitvoert?

Uitkomst

Welke kwaliteit, termijn en randvoorwaarden staan legitiem vast?

Besluit

Waar mag je zelf beslissen en waar is afstemming of toestemming nodig?

Escalatie

Waar kan een risico, grens of onopgeloste spanning tijdig terecht?

Autonomie betekent niet dat verplichtingen, samenwerking of gevolgen voor anderen verdwijnen.

04 / Werkvragen

Vertaal het gevoel naar iets waarneembaars.

  1. 01

    Welke taak of welk werkmoment wil ik precies begrijpen?

  2. 02

    Gaat de spanning vooral over hoeveelheid, inhoud, versnippering, duidelijkheid of herstel?

  3. 03

    Welke verantwoordelijkheid hoort werkelijk bij mijn rol en welke draag ik erbij?

  4. 04

    Wanneer paste vergelijkbaar werk beter, en wat was toen anders?

  5. 05

    Welke andere verklaring moet naast mijn eerste indruk zichtbaar blijven?

Deze vragen stellen geen burn-out, bore-out of blijvende mismatch vast. Bij gezondheidsklachten, crisis of een arbeidsconflict is passende professionele ondersteuning nodig.